SPATADERBEHANDELING | CROSSECTOMIE
Het been bevat op allerlei niveaus verbindingsvaten tussen de oppervlakkige en diepe aderen. Deze kunnen lek zijn, waardoor spataderen ontstaan. De belangrijkste verbindingsvaten bevinden zich in de lies en de knieholte.
Bij een crossectomie spataderbehandeling wordt de VSM of VSP afgebonden via een snede in de lies of in de knieholte. De chirurg verdooft de lies en of de knieholte. Nadat de verdoving is ingewerkt worden via een snede de spatader en de zijtakken afgebonden. Daarna sluit de chirurg de wond met oplosbare hechtingen. Na de spataderbehandeling krijgt u een elastische kous om de behandelde benen. Het is de bedoeling dat u deze kous twee dagen, dag en nacht draagt. Vervolgens draagt u de kous nog minimaal vijf dagen na de spataderbehandeling.


