De knie bestaat uit drie botdelen: het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Om de knie ligt een gewrichtskapsel. Buiten dit gewrichtskapsel heeft de knie twee banden, die voor zijdelingse stabiliteit van de knie zorgen. Midden in de knie liggen de voorste en de achterste kruisband. Zij voorkomen dat het onderbeen naar voren of naar achteren verschuift. Daarnaast voorkomen de kruisbanden dat er bepaalde draaibewegingen mogelijk zijn tussen het onder- en bovenbeen. In de knie bevinden zich tussen het bovenbeen en het onderbeen twee halve maanvormige schijfjes van zacht kraakbeen (de meniscus). Deze vangen schokken van de knie op en zorgen dat boven en onderbeen in iedere stand goed op elkaar passen. Elk botdeel is bekleed met een laag kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. De voorste en achterste kruisbanden vormen een stevige en beweeglijke verbinding tussen het dijbeen en scheenbeen.

Met een kijkoperatie kunnen aandoeningen aan de knie direct gezien en behandeld worden zonder de knie helemaal open te snijden. De operatie vindt plaats onder algehele narcose of lokale verdoving door middel van een ruggenprik. Een groot voordeel van kijkoperaties is dat het herstel in het algemeen heel vlot verloopt en dat vrijwel altijd direct na de ingreep de knie weer volledig belast mag worden.
Na een eenvoudige arthroscopische operatie kunt u dezelfde dag naar huis. Bij een meer complexe ingreep blijft u 1 nacht bij ons in de kliniek. Pijnstillers zijn soms nodig, maar een lichte pijnstiller zoals paracetamol is vaak voldoende. De pleisters mag u een week na de operatie zelf verwijderen. U mag u knie buigen, maar met mate omdat de wondjes anders openspringen. Lopen mag eveneens met mate en op geleide van eventuele klachten. Krukken worden doorgaans de eerste 3-5 dagen gebruikt. Douchen moet u uitstellen tot de wondjes gesloten zijn (meestal na vijf dagen) wegens infectiegevaar.
Als het nodig is krijgt u fysiotherapie. De duur van de therapie verschilt per persoon. Er wordt aandacht besteed aan het controleren van pijn, het mobiliseren van de knie en het vergroten van spierkracht. In de eerste periode let de therapeut vooral op pijn en zwelling. U krijgt instructies om de knie de eerste weken te ontzien. De knie heeft tijd nodig om te genezen. In de eerste periode wordt ook aandacht besteed aan de mobiliteit van de knie en aan het volledig buigen en strekken ervan. In de tweede fase is de opbouw van spierkracht van belang. In eerste instantie richt de revalidatie zich op het oefenen van activiteiten waarbij het kraakbeen minimaal belast wordt. Langzamerhand wordt dit uitgebreid naar meer belasting van de knie.
Oefening voor thuis
Het volstaat om bijvoorbeeld vijf maal per dag het bovenbeen in zittende houding tien tot vijftien maal, vijf seconden lang stevig aan te spannen. Dit kan gedurende de eerste week worden volgehouden.
Normaal gesproken kunt u na het herstel al uw werkzaamheden weer volledig hervatten. Het moment waarop u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van de ingreep en het soort werk dat u doet. In het algemeen wordt twee weken aangehouden voor zittend werk en drie weken voor zwaarder werk. Sporthervatting kan ook variëren met het type sport. Het is niet verstandig contactsporten binnen een maand te hervatten. Zwelling als reactie op activiteit is een sein dat u het wat rustiger aan moet doen. Soms is het echter beter om u levensstijl, bijvoorbeeld op het gebied van sport of zware lichamelijke activiteiten, aan te passen. Hiermee kunnen nieuwe problemen met uw knie in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen worden.
De poliklinische controle vindt ongeveer twee weken na de ingreep plaats. Soms is er een tweede controle nodig, als de genezing nog niet optimaal is. Na genezing zijn de huidwondjes vaak nog dik. Dit komt doordat het onderliggende kapsel nog geopend is en wat langere tijd nodig heeft om te genezen. Dit duurt drie tot vier weken. In de volgende gevallen dient u met ons contact op te nemen:
Heeft u nog vragen na het lezen van deze informatie, neemt u dan gerust contact met ons op.

