Schouderslijtage (artrose) en prothesen
Een schouder is versleten wanneer er kraakbeenverlies is. Dit komt meestal door artrose (slijtage), maar soms ook door een eerder letsel zoals een botbreuk, gescheurde pees of reuma.
Bij artrose slijt het kraakbeen dat de gewrichtsoppervlakken bekleedt langzaam weg. Hierdoor verliest het gewricht zijn ‘smering' en wordt de schouder in de loop der jaren langzaam stijf en pijnlijk. De pijn is vaak hevig en ook in rust aanwezig. Bij bewegen is er startpijn en de bewegingsmogelijkheden nemen af. Dit merkt u doordat simpele dagelijkse handelingen, zoals iets uit een kast pakken, aankleden en wassen, moeilijker worden.


Diagnose en onderzoek
Indien nodig, krijgt u een injectie in het gewricht (en soms ook in de slijmbeurs) met een snelwerkende pijnstiller (Marcaine 0.5%) en een ontstekingsremmer (Kenacort-A40). De pijnstiller maakt het mogelijk uw schouder goed te kunnen onderzoeken.
De ontstekingsremmer vermindert de irritatie in het gewricht en werkt op langere termijn. Er bestaat een mogelijkheid dat de pijn na de injectie eerst toeneemt. U hoeft zich hier geen zorgen over te maken. Na 3 à 4 dagen moet de pijn langzaam minder worden.
De behandeling
Vaak is de eerste stap behandeling met injecties en soms ook met fysiotherapie. Indien dit niet genoeg helpt om de pijn in de schouder te verminderen, kan in overleg met de specialist besloten worden tot een operatie. Hierbij wordt het gewricht vervangen.
De operatie
Tijdens de operatie wordt het schoudergewricht van binnen bekeken. De schouderkop wordt vervangen en mogelijk ook de schouderkom. Dit is afhankelijk van wat de orthopedisch chirurg met u heeft besproken. Meestal wordt tijdens de operatie bepaald of de schouderkom vervangen moet worden. Er zijn meerdere schouderprothesen mogelijk. De orthopedisch chirurg bespreekt met u welke prothese er eventueel zal worden gebruikt. De wond wordt gehecht met krammen, deze worden bij de controleafspraak weer verwijderd.
De verschillende typen prothesen:
Resurfacing
Bij deze prothese wordt er alleen een metalen bol op de schouderkop geplaatst. De kwaliteit en de vorm van uw schouderkop moeten daarvoor goed genoeg zijn.

Kop met steel
Hierbij wordt de schouderkop vervangen door een metalen kop met een steel die een stuk in het bovenarmbot wordt ingebracht. De kom kan vervangen worden door een kunststof kom. Bij een totale schouderprothese worden de kop en de kom vervangen. Bij een hemiprothese (halve) wordt alleen de kop vervangen. De kop en de kom worden vastgezet met botcement, wat een soort tweecomponentenlijm is.

Omgekeerde schouderprothese
Wanneer de spieren rondom de schouder onherstelbaar versleten zijn, wordt een omgekeerde (reverse) schouderprothese gebruikt. Door de speciale vorm van de prothese wordt het draaipunt van het gewricht verlaagd. Hierdoor kunt u andere spieren die niet versleten zijn, gebruiken om de arm op te tillen. Het schoudergewricht wordt met deze prothese eigenlijk omgedraaid. De schouderkop wordt vervangen door een kom met steel. De schouderkom wordt een kop door er een bol op te plaatsen.

Na de operatie
Voordat u naar huis gaat, ontvangt u uitleg over hoe zwaar u de schouder mag belasten. Twee dagen na de operatie mag u weer douchen, mits de wond droog is. Er moet daarna wel weer een droog verband of pleister op de wond worden aangebracht.
De eerste tijd na de operatie mag u niet:
- Fietsen, bromfiets- en autorijden
- Sporten
- Zwaar huishoudelijk werk doen, zoals stofzuigen of ramen wassen
- Tillen
- Andere belastende activiteiten verrichten, waarbij de arm gebruikt wordt
De orthopedisch chirurg en fysiotherapeut stellen samen uw nazorg- en revalidatietraject op. De duur van de fysiotherapie verschilt per persoon. Er wordt aandacht besteed aan het controleren van pijn, het mobiliseren van de schouder en het vergroten van spierkracht. In de eerste periode let de fysiotherapeut vooral op pijn en zwelling. U krijgt instructies om de schouder de eerste weken te ontzien, deze heeft tijd nodig om te genezen. In de eerste periode wordt ook aandacht besteed aan de mobiliteit van de schouder en aan het volledig buigen en strekken ervan. In de tweede fase is de opbouw van spierkracht van belang. In eerste instantie richt de revalidatie zich op het oefenen van activiteiten waarbij het kraakbeen minimaal belast wordt. Langzamerhand wordt dit uitgebreid naar meer belasting van de schouder.
Het moment waarop u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van de ingreep en het soort werk dat u doet. Sporthervatting kan ook variëren met het type sport. Zwelling als reactie op activiteit is een sein dat u het wat rustiger aan moet doen. Soms is het beter om u levensstijl, bijvoorbeeld op het gebied van sport of zware lichamelijke activiteiten, aan te passen. Hiermee kunnen nieuwe problemen met uw schouder in de toekomst zoveel mogelijk worden voorkomen.
Controle
De poliklinische controle vindt enkele weken na de ingreep plaats. Soms is er een tweede controle nodig, als de genezing nog niet optimaal is. Na genezing zijn de huidwondjes vaak nog dik. Dit komt doordat het onderliggende kapsel nog geopend is en wat langere tijd nodig heeft om te genezen. Dit duurt drie tot vier weken. In de volgende gevallen dient u met ons contact op te nemen:
- Als de hele schouder dikker wordt en/of meer pijn gaat doen;
- Als u koorts krijgt.
Complicaties
De kans op complicaties bij de operatie is klein. Tijdens de operatie wordt steriel gewerkt, maar er blijft een geringe kans op infectie. Op de korte termijn kan er een bloeduitstorting ontstaan en soms geneest de wond slecht, waardoor de wond kan gaan ontsteken. Op de lange termijn (10-15 jaar) kan de prothese loslaten. Bij een totale schoudervervanging (waarbij de kop en de kom zijn vervangen) kan de kom loslaten. Bij beide complicaties kan dit hersteld worden met een nieuwe operatie. Bij een hemi-schouderprothese (waarbij alleen de kop is vervangen) kan uiteindelijk door slijtage van de kom een aanvullende operatie nodig zijn, waarbij de kom vervangen wordt.
Verwachtingen operatie
De operatie is er op gericht om pijn te verminderen. De beweeglijkheid van de schouder wordt niet altijd verbeterd, hoewel de arm na de operatie veelal wel tot schouderhoogte opgetild kan worden.


