Kunstknie
Moderne knieprothesen zijn ontworpen om uw levenskwaliteit en mobiliteit te verhogen - in uw vrije tijd, bij lichaamsbeweging, bij gewone dagelijkse activiteiten en in uw werk. Het aantal implantaties van een kunstknie is zodanig toegenomen dat deze ingreep een van de succesvolste en meest toegepaste behandelmethoden in de medische geschiedenis is geworden.
Welke prothese is voor u het meest geschikt?
Elke mens is anders; zowel de lichaamsstructuur, de botkwaliteit, de gezondheidstoestand als de levensstijl varieert. Bij de keuze van de juiste prothese houdt men rekening met al deze persoonlijke aspecten om het kunstgewricht te vinden dat het beste aansluit bij u. De huidige knieprothesen hebben over het algemeen een levensduur van 15 tot 20 jaar.
Hoogste kwaliteit knieprothesen van zimmer
Bij Bergman Clinics wordt de NexGen knieprothese van Zimmer gebruikt. Deze knieprothese wordt alseen van 's werelds meest betrouwbare en klinisch bewezen kniesysteem beschouwd.
Sinds de introductie in 1994 zijn er al meer dan 3 miljoen NexGen knieprothesen zijn wereldwijd geïmplanteerd. De NexGen prothese kreeg als uitkomst in landelijk onderzoek de kwalificatie "laag risico" op een herstel operatie o.a. gerapporteerd in het Zweeds Knie register van 2010. Naast het Zweeds knieregister tonen o.a. de nationale knie registers van Australië en Engeland aan de dat NexGen knieprothese een relatief lage kans op een herstel (revisie) knieoperatie biedt ten opzichte van alle belangrijke kniesystemen.
Bijkomend voordeel van het NexGen kniesysteem is dat er ook een gender (vrouwen) versie heeft die een betere passing van de prothese kan geven bij vrouwen.
Halve (unicondylaire) knieprothese
Als slechts één zijde van het gewricht door artrose is aangetast, bijvoorbeeld alleen de binnenkant of alleen de buitenkant van de knie, dan wordt er een halve knieprothese geplaatst. De bovenbeencomponent wordt op het dijbeen geplaatst en het glijvlak wordt in het beschadigde deel van de scheenbeenkop verankerd.

Totale knieprothese
De beschadigde oppervlakken van het dijbeen en van het scheenbeen worden hierbij vervangen. Afhankelijk van de botkwaliteit, de gewrichtsbanden en de toestand van de knie wordt een vaste of een mobiele meniscusdrager ingebracht. Ook de achterkant van de knieschijf kan, indien nodig, worden vervangen.
Doordat de boven- en onderbeencomponenten niet rechtstreeks mechanisch met elkaar verbonden zijn, moet ervoor worden gezorgd dat de eigen gewrichtsbanden de benodigde stabiliteit geven.
Bevestiging
De knieprothese moet stevig met de lichaamsbotten verbonden worden. Afhankelijk van de aandoening, de mate van activiteit en de conditie van het bot, wordt het implantaat met of zonder cement bevestigd.

Gecementeerde knieprothese
Een snel uithardend materiaal (aangegeven in het oranje), het zogenaamde botcement, fixeert het implantaat dat op het dijbeen wordt geplaatst. Op dezelfde manier wordt de scheenbeencomponent in het scheenbeen verankerd. Een gecementeerd kniegewricht kan kort na de operatie volledig belast worden, zodat de patiënt reeds een dag na de ingreep op het geopereerde been kan steunen.




