Het heupgewricht
Het heupgewricht is een kogelgewricht dat ervoor zorgt dat de botten van het bovenbeen en de bekken op een flexibele manier met elkaar zijn verbonden. Dit betekent dat het gewricht in elke richting kan bewegen en dat het zonder problemen zwaar belast kan worden.
Het heupgewricht heeft het zwaar te verduren. Tijdens een wandeling van ongeveer 5 km wordt het heupgewricht circa 10.000 keer met een gewicht van 300 kg belast en ontlast.
Dankzij het heupgewricht kan het been buigen, strekken, zijwaarts naar buiten bewegen, zijwaarts naar binnen bewegen en naar binnen en naar buiten draaien.
Het heupgewricht verbindt het bovenlichaam met de benen. De kogelvormige kop op het bovenbeenbot (de heupkop) beweegt in de kom van de heup. De heupkop en de heupkom zijn bedekt met een dikke laag kraakbeen. Het gewricht wordt beschermd door het gewrichtskapsel. Er is geen wrijving omdat het kraakbeen wordt omgeven door een voedende vloeistof die door het kapsel wordt aangemaakt zodat het gewricht vrij kan bewegen. Op deze manier kan het gewricht optimaal functioneren.
Het heupgewricht wordt verder gestabiliseerd door de sterkste banden die in het lichaam aanwezig zijn. Het heupgewricht kan bewegen door de spieren en pezen die aan het bovenbeen vastzitten.
Het heupgewricht kan alleen zwaar worden belast indien het kraakbeen en de spieren gezond zijn. Het kraakbeen kan beschadigd raken als het gewricht langdurig onder te veel spanning staat. Dat kan zelfs leiden tot gedeeltelijke of volledige afbraak van de beschermende laag kraakbeen.


